Nieuwe inzichten omtrent ijzeropstapelingsziekte

Meerdere factoren bepalen de ijzeropname !

IJzeropstapeling of haemochromatose

Haemochromatose is een vaak voorkomende aandoening bij fruitetende vogels in voliŤres. Vaakst aangetast zijn toekans, toerakoís, beoís en paradijsvogels, doch ook tangaraís, spreeuwen, hokkoís en zelfs papegaaien kunnen aan deze ziekte lijden. Door hun levenswijze en het geringe ijzergehalte in hun natuurlijke voedsel hebben fruit- en insecteneters de neiging om het aanwezige ijzer in de voeding zeer sterk op te nemen. Daardoor zijn zij meer vatbaar voor ijzeropstapelingsziekte dan vlees-, vis- of graanetende vogels. Een overschot aan ijzer wordt hoofdzakelijk in de lever opgestapeld. Hoge gehaltes ijzer in de lever zijn toxisch en veroorzaken onherstelbare leverschade met ernstige ziektetekens zoals levercirrose, buikwaterzucht en vaak sterfte tot gevolg.

IJzergehalte in de voeding

Alhoewel eigenlijk nog niet uitgemaakt is of het ijzer aangebracht via de voeding de primaire oorzaak is van deze aandoening, wordt reeds door heel wat vogeldeskundigen aanbevolen om het ijzergehalte in de voeding sterk te beperken. Versele-Laga is zich reeds jaren bewust van deze problematiek en commercialiseert daarom speciale, ijzerarme voeders voor fruitetende vogels: Nutribird T16, Nutribird H16(speciaal voor Neushoornvogels), Nutribird Beo Komplet, Orlux Beo Patee, Orlux Uni Patee Premium en Orlux Tropical Patee Premium. Deze voeders bevatten minder dan 85 ppm totaal ijzer . Deze producten worden vervaardigd met ijzerarme ingrediŽnten. Zo worden onder meer heel speciale, ijzerarme calciumbronnen aangekocht voor deze voeders. Ook wordt gebruik gemaakt van speciaal hiervoor ontwikkelde, ijzerarme vitaminekernen. Bij iedere productie wordt het ijzergehalte van het afgewerkte voeder gecontroleerd.

Totaal ijzergehalte zegt niet alles!

Omdat de biologische beschikbaarheid (= mate waarin het voedingsijzer door de vogels kan opgenomen worden), zeer sterk afhankelijk is van het soort ijzer en de samenstelling van het voeder, geeft het totaal ijzergehalte eigenlijk onvoldoende informatie over de geschiktheid van het voeder. IJzer in plantaardige ingrediŽnten is amper voor 10% opneembaar, terwijl ijzer in dierlijke ingrediŽnten minstens voor 30% opneembaar is. In de voeding kunnen daarenboven andere bestanddelen de ijzeropname bevorderen of belemmeren. Zo is het bekend dat vitamine C, organische zuren en bepaalde aminozuren de ijzeropname bevorderen. Tannines (looistoffen o.a aanwezig in thee), bepaalde voedingsvezels (phytaten), bepaalde kleisoorten, mineralen en sporenelementen, alsook oxalaten (aanwezig in bladgroenten) remmen de ijzeropname. Bepaalde van deze ďremmersď van de ijzeropname verhinderen de ijzeropname zo sterk, dat hun aanwezigheid in het voeder veel belangrijker is dan het gehalte aan ijzer zelf! Ook de natuurlijke voeding van vruchtenetende vogels is rijk aan voedingsstoffen die de ijzeropname remmen. Vooral de tannines aanwezig in heel wat exotische planten en vruchten zijn hierbij van groot belang. De nutritionisten en dierenartsen van Versele-Laga hebben heel wat opzoekingen verricht omtrent de biologische beschikbaarheid van ijzer. Dit resulteerde in wetenschappelijke bijdragen op belangrijke internationale congressen zoals het congres voor Zoo-nutritionisten in Leipzig (januari 2005) en het symposium voor dierenartsen gespecialiseerd in vogelgeneeskunde in Arles (april 2005). Met deze belangrijke kennis slaagden wij er ook in om de beschikbaarheid van het ijzer in onze voeders voor vruchtenetende vogels heel sterk te reduceren, waardoor de kans op ijzeropstapeling tot een minimum beperkt wordt. Zo worden aan de Nutribird Beo Komplet en Nutribird T16 natuurlijke, plantaardige tannines toegevoegd, waardoor 10 keer (!) minder ijzer opgenomen wordt. Ook de gehaltes aan phytaten, calcium en andere mineralen en sporenelementen staan in al onze voeders voor vruchtenetende vogels in functie van een minimale ijzeropname.

Ook stress en ziekte vermijden!

Tot slot is het nog belangrijk te vermelden dat heel wat wetenschappelijke indicaties aantonen dat ook stressfactoren en ziekte een heel belangrijke rol spelen bij het ontstaan van ijzeropstapeling. De mechanismen die het ijzergehalte in het bloed regelen zijn bij vogels totaal anders dan bij zoogdieren. Bij stress en ziekte worden bij vogels eiwitten vrijgesteld (transferrines) die het ijzergehalte in de lever doen verhogen. Het is dan ook belangrijk alle maatregelen te voorzien om stress en ziekte bij vruchtenetende vogels te voorkomen. Een goede medische verzorging, ruime huisvesting en een adequate voeding op vaste tijdstippen zijn hierbij van grote importantie.

Dr. G. Werquin

Bron: Site Versele-Laga