|
Bonte neushoornvogel
|
|
|
Latijnse benaming : Anthracoceros albirostris |
|
| |
 |
Beschrijving :
Deze vogel heeft een lengte van
55 tot 60 centimeter. Het hoofd, de nek, borst, rug en vleugels zijn
zwart van kleur met een groene glans erop. De onderbuik, punten van de
veren aan de vleugels en de punten van de binnenste staartveren zijn
wit. De snavel is lichtgeel met een donkergele helm erop. De basis van
de snavel en de helm is zwart en er zit een zwarte vlek op de helm. De
oogring is wit met een zwarte vlek voor het oog en de kale plekken op de
keel zijn wit met een blauw tintje. De ogen zijn donkerrood en de poten
en voeten zijn groengrijs van kleur. |
| |
Afmetingen & gewicht :
|
Man :
|
Vrouw :
|
|
vleugels : 234 – 358 mm.
|
vleugels : 249 – 323 mm.
|
|
staart : 209 – 316 mm.
|
staart : 210 – 305 mm.
|
|
snavel : 113 – 187 mm.
|
snavel : 110 – 156 mm.
|
|
gewicht : 680 gr.
|
gewicht : 567 – 680 gr.
|
|
| |
Geslachtsonderscheid :
Het vrouwtje. Een minder duidelijk gevormde
helm op de snavel. De snavel en de helm zijn geel en er loopt een zwarte
vlek die begint bij de punt van de helm tot aan de punt van de snavel.
De ogen zijn grijsbruin van kleur. |
 |
|
|
|
| |
Verspreidingsgebied :
Deze vogel komt voor in India,
tot aan de voet van het Himalaya-gebergte, het noorden van
Bangladesh, het zuiden van Nepal, het zuiden van Bhutan, de
eilanden Salanga, Kadan Kyun en Thayawthadangyi, in China in het westen
van de provincie Yunnan en het zuiden van de provincie Xishuangbanna, in
Vietnam inclusief de eilanden Hon Thom en Quan Phu Quoc, Laos, Cambodja,
Thailand en het noordoosten van Peninsula Maleisië inclusief de
eilanden Langkawi, Pulau en Butang.
|
Natuurlijke leefomgeving :
Aan de rand van vochtige, altijd
groene wouden en op open plekken in deze wouden. Ook komen ze voor aan
de kusten en langs rivieren, dichtbegroeide eilandjes, beboste tuinen en
rijstvelden en geďrrigeerde gebieden. |
|
|
|
| |
Natuurlijke voeding :
Ze leven in groepen van 4 tot 6
vogels, maar komen in groepen van wel 50 vogels bij elkaar in fruitbomen
voor het zoeken van voedsel. Ze leven vooral van fruit, maar af en toe
eten ze ook insecten en ongewervelde diertjes. |
Voeding in gevangenschap :
Nog
in bewerking
|
| |
Broeden en levenscyclus :
De tijd dat deze vogel broed is
afhankelijk van de plaats waar ze leven. In India is dit in maart en
april, waarvan de meeste in maart, in Myanmar in februari en maart, in
Thailand van 20 februari tot 23 maart en in Peninsula Maleisië in de
periode van januari tot maart. De totale broedperiode duurt van 79 tot
89 dagen. De broedtijd duurt 25 tot 27 dagen en in gevangenschap tot wel
29 dagen. De nestperiode die hierop volgt is 6 a 7 weken en in
gevangenschap is dit 49 tot 55 dagen. Ze leggen 1 a 3 eieren, met
tussenposen van 2 dagen en deze eieren hebben een opvallend smalle
onderkant met een glanzende, maar grove, grijze gebobbelde schaal.
De vogels broeden in natuurlijke
holen van verschillende soorten bomen op allerlei verschillende hoogtes
van 2, 15, 30 tot wel 50 meter hoogte. De nesten liggen 400 tot 3200
meter uit elkaar. De nesten liggen ook in verschillende soorten bos,
zoals open bos, de rand van het bos en in de dicht begroeide stukken van
het bos. Deze vogels broeden zelf in monogame paren, zonder helpers. Het
vrouwtje begint met het leggen van eieren ongeveer 4 dagen nadat ze het
nest dicht heeft gemaakt. Ze ondergaat tijdens de periode dat ze op het
nest zit een eclipsrui van de slagpennen en de staartveren, maar de
dekveren daarintegen, die verliest ze niet tijdens deze rui. Het jong
heeft een roze huid bij de geboorte en is na 29 dagen na het dichtmaken
ongeveer te horen.
|
| |
Broedresultaten :
In gevangenschap is al een aantal keren succesvol
gebroed met deze neushoornvogelsoort. Ze broeden in een nestkast van 50
x 50 x 100 centimeter, waarbij de ingang 20 x 30 centimeter is voordat
deze dicht wordt gemaakt. De spleet die overblijft na het dichtmaken is
17 centimeter lang en 2 centimeter breed. De nestblokken worden
verwijdert tijdens de winter en het volgende broedseizoen weer
opgehangen, dit om het broeden te stimuleren. Vlak voordat de eieren
uitkomen is het belangrijk om over te gaan op dierlijk voedsel, waar het
mannetje dan mee begint te voeren.
|