| |
Grijze
tok
|
|
|
Latijnse benaming :Tockus Nasutus Nasutus |
|
 Mannetje |
|
 Vrouwtje |
|
| Beschrijving :
Deze vogel heeft een lengte van ongeveer 45
centimeter. Het hoofd en de nek zijn donkergrijs van kleur, behalve dat er
een witte streep van boven het oog tot midden achter op het hoofd loopt.
De rug is bleek bruin met een witte streep in het midden naar beneden. De
staart is zwartbruin, behalve de punten want die zijn wit van kleur. De
buik is wit van kleur met een vage bruine waas erover, voor al bij de
borst. De vleugels zijn roetachtig bruin van kleur met de dekveren bovenop
de vleugel donkerbruin. De snavel is zwart met een witte vlek op de
bovensnavel die vanaf de basis loopt. De oogring en het kale stukje huid
op de keel zijn donkergrijs van kleur. De ogen zijn roodbruin en de poten
en voeten zijn bruin. |
| Afmetingen & gewicht :
| Man : |
Vrouw |
| |
|
| vleugels : 210 – 250 mm.
|
vleugels : 187 – 225 mm.
|
| staart : 184 – 218 mm. |
staart : 167 – 200 mm.
|
| snavel : 89 – 120 mm.
|
snavel : 69 – 97 mm.
|
| gewicht : 220 – 258 gr.
|
gewicht :
163 – 215 gr. |
|
Geslachtsonderscheid :
Het vrouwtje is kleiner dan het mannetje en de helm
op de snavel is korter dan die van het mannetje. De punt van de snavel is
donkerrood en de bovenkant van de snavel is gelig van kleur. De kale plek
op de keel is bleekgroen. |
|
|
| Verspreidingsgebied :
Ze leven in het zuiden van Mauritanië, Senegal,
Gambia, Guinea-Bissau, Guinea, in Mali bij de Niger-rivier, Ghana, Burkina,
Togo, Benin, Nigeria, het zuiden van Niger, het noorden van Kameroen, het
zuiden van Tsjaad, Centraal Afrikaanse Republiek, Sudan, Ethiopië, het
zuidwesten van Saudi-Arabie, Jemen, het zuiden van Somalië, Oeganda en
Kenia. |
Natuurlijke leefomgeving :
Deze vogel bezet allerlei soorten bebost gebied, van
gebieden met struiken en bomengroepen tot woestijnachtig gebied tot wat
dichter beboste gebieden met grote bomen. Hij begeeft zich niet in
vochtige altijd groene bossen. |
| Natuurlijke voeding :
Het is een vogel die erg bedreven is in
de kunst van het jagen en hier ook veel lef in heeft. Hij vangt zijn eten
uit de lucht terwijl hij vliegt ( zoals grote bijen ) en ook vangt hij al
laag vliegend over de grond zijn voedsel zoals insecten. Hij volgt grotere
dieren zoals bavianen, apen, zebra’s en grote vogels voor de insecten
die ze opjagen. Hij wroet zelden in de grond op zoek naar insecten. Hij
rooft soms nesten van andere kleine vogels. Hij voedt zich verder vooral
met kleine dieren zoals sprinkhanen, rupsen, kevers, kikkers, kameleons en
hagedissen. Naast dit alles eet hij ook regelmatig fruit, vooral tijdens
het droge seizoen.
Voeding in gevangenschap :
Nog
in bewerking |
| Broeden en levenscyclus :
De tijd van het jaar
dat deze vogels broeden hangt af van waar ze voorkomen. Dit is in Senegal
en Gambia in juli en augustus en van oktober tot april, in Mali van april
tot juni, in Niger in maart en december, in Ghana in december en januari,
in Nigeria van januari tot april in het zuiden en in het noorden van
februari tot juli, in Sudan in januari en februari, april en van juni tot
september, in Ethiopië van april tot september, in Somalië in Mei, in
het Oost-Afrika in januari en februari, in Uganda van januari tot maart,
in Kenia in januari en april, in Zaïre in januari en februari en in
augustus, in Angola in september en oktober, in Zambia van augustus tot
december, in Malawi van augustus tot november, in Namibië van oktober tot
maart met als piek december en in Zimbabwe en Zuid-Afrika van september
tot december met als piek oktober / november. De broedperiode van de
grijze tok duurt 72 tot 86 dagen. De periode dat het vrouwtje op het nest
zit voordat ze de eieren legt is 5 tot 11 dagen. De broedtijd is 24 tot 26
dagen en de nestperiode die daarop volgt is 43 tot 49 dagen. Het vrouwtje
legt 2 tot 5 eieren met tussenposen van 1 tot wel 7 dagen. De tussenposen
worden langer naarmate het aantal eieren stijgt. De eieren zijn wit van
kleur met putjes in de schaal.
Deze
vogels broeden in een natuurlijk hol in een boom en soms broeden ze ook in
rotsholen in de drogere gebieden. Het zijn territoriale vogels in het
broedseizoen. Het territorium hangt af van de omgeving waar ze broeden;
het kan een groepje bomen zijn waar ze broeden in een droger gebied of een
wat groter begroeid stuk in de dichter begroeide gebieden. De jongen komen
kaal, blind en roze van kleur uit het ei. De ogen gaan open bij een
leeftijd van 5 dagen oud en dan begint ook de ontwikkeling van het
verenpak, die compleet is bij een leeftijd van 30 dagen. Het vrouwtje gaat
het nest uit als het oudste jong 19 tot 34 dagen oud is en de jongste is
hierbij dan soms nog maar 13 dagen oud. De jongen maken dan het gat zelf
weer dicht. Ze gaat dan zelf voer halen en begint ook dan ook het mannetje
te helpen met het voeren van de jongen. De jongen beginnen met het voedsel
zoeken voor zichzelf ongeveer 10 dagen na het uitvliegen. |
| Broedresultaten :
Kweekverslag
Grijze Tokken (Roel Timmermans) |